Wat was mijn Sara knap als ze boos was.
״Maar legde dit prerogatief het Opperwezen niet de verplichting op om rekening te houden met Zijn door Hem geschapen gevoelig denkende wezens? Heeft Hij wel het recht om te doden met bijzondere middelen?”
Sara’s blik dwaalde nadenkend de kamer rond. Van mijn gezicht naar de gordijnen. Van daar naar de kris-tallen kroon, toen naar de punt van haar schoentjes. Zoals een zuurkoopman in een tonnetje zoekt en een mooie augurk spietst, zo pikte Sara een bijbeltekst uit de enorme voorraad van het Boek der Boeken. Ver-schrikkelijk vroom presenteerde zij:
״Uit stof zijt Gij gemaakt, tot stof zult Gij weder-keren.”
״Door blauwzuurgas in een betonnen bunker? Of door die atoombom op Hiroshima? Wat denkt u daar-van, mevrouw Van Colmar? Mag het nu echt geen ge-woon inslapen op een zacht bed zijn?”
״God gaf de mens de keus tussen goed en kwaad.”
Hoeveel keer in mijn leven had ik deze zin al gehoord. Ik antwoordde:
״Onverklaarbare omwegen, mevrouw. De Almach-tige had Zijn Schepping alleen met goed kunnen vullen. Wilde Hij niet of kon Hij niet?”
Ze gaf me geen antwoord meer. Ze sloeg een denk-beeldig pluisje van haar japon en wachtte in schrijf-slavinnenhouding op instructies. Met deze afvallige Gideon Levano moest men niet praten, alleen maar zakelijk contact en dat was al meer dan genoeg. Al die Portugezen, dat is niets voor onze gedegen Ashkenaze-orthodoxie. Uriel da Costa, Baruch Spinoza, Gideon Levano. Ik moest om deze gedachte glimlachen. Dat ik
219