Sara verwaarloosde in haar regie de bijrollen niet. De oude Samaritaan moest ook eens worden gevoed, want het was vier uur geworden.
״Wat wilt u eten, meneer Levano? Uw lunch is er bij ingeschoten.”
״Niets, mevrouw Van Colmar. Het diner zal ik mis-schien ook overslaan.”
״U moet aan uw gezondheid denken. De heer Da Fonseca en mevrouw zijn heus niet gebaat met dat vasten.”
״Wat de heer Da Fonseca betreft, ben ik het volkomen met u eens, maar voor mevrouw kan er misschien een wonder in schuilen.”
Ze keek mij scherp aan. Zij verslikte wel de logica ten opzichte van Joab zaliger, maar niet het venijn.
״Inderdaad, inderdaad!! Meneer Levano. Hagodaush boroech hoe zou uw vasten kunnen aanvaarden als een boetedoening en mevrouw vandaag nog bevrijden.”
״Zou het mogelijk zijn, dat het Opperwezen het van-daag een beetje druk heeft met al de hulpzoekenden en door het oorverdovende gemurmel van de opstijgende gebeden mijn vasten niet opmerkt, mevrouw? Dat moet wel eens meer gebeurd zijn. Ik denk zo aan de doods-kreten uit de vernietigingskampen, ik hoor zo nu en dan in de slaapkamer de stemmen van mijn vrouw en kinderen. Hagodaush boroech hoe heeft ze toen blijk-baar niet gehoord.”
״Mijn hele innerlijk komt in opstand tegen uw gods-lastering, meneer Levano. Sinds wanneer past het ons kritiek te hebben op Gods daden? Hebben wij de wereld en alles wat er op en er in is geschapen of Hij ?” beet ze mij triomfantelijk toe.
218