״Na al hetgeen u gedaan hebt voor deze ongelukkige mensen, ben ik overtuigd, dat u de beste strafpleiters van Nederland zult verzoeken de verdediging op zich te nemen?”
״Ik begrijp u niet, meneer de Officier. Gelooft u met aan zelfmoord?”
״Mevrouw Da Fonseca heeft verklaard de hele nacht geslapen te hebben, meneer Levano.”
Zijn blik werd streng en een beetje hoogmoedig. Dat irriteerde mij en het maakte iets in mij wakker. Strijd-lust. Jarenlang had ik die gemist, een defect in een mannenleven. Ik vroeg scherp:
״Brandde het bedlampje, meneer de Officier?”
Hij keek mij aan, van terzij. Toen tuurde hij naar bui-ten, blijkbaar in diepe gedachten. Antwoordde daarna:
״Ik wil deze vraag niet begrijpen, meneer Levano. Ik wil uw strafpleiters de weg vrijlaten.”
Ik boog heel even om hem te danken voor deze eer-lijke kans. Hij vervolgde:
״Het recht moet zijn loop hebben, ook tegen deze ge-martelde vrouw. Mevrouw Da Fonseca wordt in voor-lopige hechtenis genomen.”
״Is daarvoor een reden, meneer de Officier? Dit is toch duidelijk een zelfmoord?”
Ik drentelde geagiteerd op en neer. Verschikte hier en daar nerveus iets van het meubilair. Het is soms erg moeilijk zijn gedachten te verbergen. Vooral voor een ervaren jurist.
״Duidelijk, meneer Levano? Laat deze zaak nu over aan haar advocaten. Het wordt een strafproces, dat ik misschien wel graag verliezen wil.”
Na deze menselijke woorden werd ik kalm. Mijn
211