Ik keek naar het nachtkastje, dat tussen de bedden stond volgens Amerikaanse gewoonte. Onder het nachtlampje, vlak bij Joab, lag het zakje dragees en de lege tube er naast. Vol ontzetting keek ik naar Reina. Ze begreep mij onmiddellijk.
״Het gaat er om of je wakker was, toen |oab de tube greep, Reina.”
״Ik sliep, Gideon.”
״Je beseft wat het betekent, als de dokter de politie ontbiedt, Reina?”
״Ik sliep, Gideon.”
Ik nam haar hand en trok haar zachtjes mee uit de kamer. Op de bank van de brede overloop wachtten wij op de dokter. Ik sprak haar weer dringend en Huis-terend toe. Weer die derderangs volkstoneelspeler.
״Reina, was het bedlampje aan?”
״ja.” '
״En je sliep?”
Ze sprong gejaagd op. Liep een paar maal op en neer, als een dier in gevangenschap, dat een uitweg zoekt. Toen nam ze weer naast mij plaatsenzei volkomen rustig:
״Ik sliep, maar ik herinner mij vergeten te hebben om het nachtlampje uit te doen.”
״Is dat de waarheid, Reina?”
Ze keerde zich van mij af en antwoordde niet.
De dokter constateerde de dood. Hij nam de lege tube ter hand. Hij hoorde de zacht gesproken verklaring van Reina aan en zei:
״Ik neem het u zeer kwalijk, dat u de verpleegster hebt weggestuurd. U begrijpt zeker, dat ik nu de politie in kennis moet stellen van deze zelfmoord?”
209