״Ja, daar is een grote kans op.”
Zij schikte de schaaltjes op het tafeltje bij de haard. Ik trok de wijnfles open en schonk in. Wij hieven onze glazen.
״Waarop zullen wij drinken, Reina ?”
״Op vroeger, Gideon.”
״Dat is niet gebruikelijk.”
״Waarom niet? Ons beider leven is een schip, geladen met vreugde en ellende. Het vertrok van een oever, die Vroeger heette en het koerst naar de andere oever met de naam Dood. Laten we dus drinken op Vroeger, die prachtige, weelderige oever Vroeger.”
Ik sloot mijn ogen en zag onbeschrijfbaar snel mijn leven tussen vroeger en nu en vaag in de verte de oever Dood en ik herinnerde mij de woorden, die ik tegen Alphonse gezegd had in de St. Laurenskerk.
״Ik kan niet drinken op dit veerschip tussen Vroeger en Dood, Reina. Dat is luguber.”
״Dan op onze afkomst,” stelde ze voor. ״Op Sak-manca, op de nagedachtenis van Avrohom Lopez Suasso, schriftgeleerde en leerling van Maimonides. En op Gideon Levano van Toledo, raadsheer en bankier van de Moorse vorst.”
״Wij mogen niet drinken op een speelse fantasie, een leugentje, Reina. Weten wij of onze voorouders zulke hoge lieden waren en dat zij deze namen droegen?”
״Drink je soms liever op de beulen van Maidanek, Treblinka, Auschwitz, Ravensbrück. Die waren geen leugens.”
״Er is meer keus dan deze uitersten, Reina.” Ik zei het tamelijk scherp.
״Dan kieze de gastheer.”
205