״Ja,” riep mijn keukenmeid en opeens weer vol van dat overleefde avontuur:
״Ja, en die heb mijn eerst een spuitje gegeven. Die dacht dat ik de gek was.”
״Ze gilde ook zo,” zei Carolien minachtend.
״Nou meisjes, jullie gaan vanavond bij je familie Sinterklaas vieren en morgen zien we wel verder. Zal ik Kees vragen jullie te brengen en te halen?”
״Nee, dan is zijn hele avond stuk,” zei Jopie veront-waardigd. ״We gaan wel met de bus.”
Kees zijn feestavond was dus gered, maar omdat de twee anderen niet zo spontaan reageerden, schiep ik de apotheose met:
״Nou Carolien, bestel dan een taxi en laat hij ook vanavond jullie weer afhalen.”
Anna, mijn keukenmeid, rees wat vermoeid op van de bank, waarop zij was gaan zitten, zei berustend en drei-gend:
״Allah dan, maar u mot er wat aan gaan doen, meneer Levano. Dat ken zo niet blijve, wat jij Carolien?”
De kamermeisjes knikten instemmend. Toen pakten zij hun koffers op en schuifelden achter elkaar de keuken in.
Boven trof ik een verpleegster in de slaapkamer van Joab en Reina. Zij had het zich gemakkelijk gemaakt en zat in een bergère onder een schemerlamp te lezen. Joab lag in diepe slaap te bed. De verpleegster vertelde mij zakelijk, dat mijn dokter Joab een spuitje had gegeven en dat hij van mij een telefonisch bericht verwachtte. Het was ernstig met Joab en zij vreesde dat het wel niet zon-der opname in een gesticht zou aflopen. Ik vroeg haar,
193