״Er zijn ook vrouwen, die daarbij passen, meneer Levano. Als je eigen vrouw je een koppie chocolade-melk toeschuift, is het toch heel anders dan van een huis-houdster, heel anders.”
Ik antwoordde niet. Ik keek naar het drukke verkeer links en rechts, naar al die mannen en vrouwen. Langs elkaar heen krioelden vreemden en thuis wachtten dus huismoeders en huisvaders of broers en zusters, ver-loofden, vrienden, vriendinnen, concubines en het leven werd volgens Kees heel anders. Er waren geen proble-men meer voor al die mensen, als thuis maar een eigen vrouw een kopje chocolademelk voor je inschonk. Ik grinnikte en kuchte om het te verbergen. Snoot luid-ruchtig mijn neus en Kees was genoeg privé-chauffeur om niet te laten merken, dat hij zijn patroon door had. Hij reageerde dus niet, maar na een gepaste tijd, zo’n drie minuten van huis, hernam hij het gesprek. Blijkbaar moest hij toch eerst een zekere schroom overwinnen, want ik zag hem tweemaal knikken voordat hij zei:
״Meneer Levano, mag ik u eens wat laten zien?”
״Ik ben altijd nieuwsgierig, Kees, dat weet je.” Bijna had ik gezegd, dat nieuwsgierigheid een karakterfout is van mensen, die zich vervelen. Kees knikte weer twee-maal. Hij moest nog iets overwinnen.
״Maar het is in Amsterdam, meneer Levano.”
Uitstekend. In Amsterdam. Afleiding op de middag voor Sinterklaas, die mij misschien door de eenzame avond zou heen helpen.
״Dan rijden wij naar Amsterdam, Kees.”
Hij voerde onmiddellijk de rijsnelheid op. Het beest zoemde zachtjes van plezier. Ik leunde wat gemakke-lijker en sloot mijn ogen.
188