duizend joden uit Nederland weggevoerd, al zijn jouw vrouw en kinderen vermoord, dan tellen voor mijn vrouw en mij toch in de eerste plaats onze eigen ver-liezen. Wij praten er nooit meer over, omdat wij onze omgeving niet lastig willen vallen met ons verdriet, maar daarom is ons verlies niet minder dan het jouwe.”
Ik was opgestaan. Zo in mijn volle lengte voelde ik mij niet zo erg als beklaagde. Ik kon niet anders beden-ken als antwoord dan een gemeenplaats:
״Het spijt mij heel erg, als ik jullie gekwetst heb.”
״Dat deed je niet opzettelijk, want je wist niets van ons... Een zoon gefusilleerd, gegrepen als K.P.-er, een zoon slachtoffer van het Engeland Spiel, een dochter doodgemarteld in Ravensbrück, een schoonzoon neer-geknald als gijzelaar. Een kleinzoon verdronken in de Rijn, toen hij met berichten overzwom en een klein-dochter aangerand tijdens haar avondronde met illegale blaadjes. Is de schaal Levano/de Villeneuve in even-wicht?”
״Hij slaat door naar j ouw kant, Alphonse. Ik ben gewo-gen en te licht bevonden. Het is beter dat ik nu vertrek.”
Ik reikte hem de hand, maar hij weigerde die. Hij liet Martha los, die snel de kamer verliet. Hij deed een stap naar mij toe en klopte mij op de schouder.
״Straks geef ik je een hand, Gideon, als de avond om is. Ga nu zitten, dan zullen wij onze wijn drinken.”
״Waarover zouden wij nog praten? Alles zal een beetje gewrongen en gemaakt klinken tegenover dat andere.”
״Het moest een keer gezegd worden. Dat is nu ge-beurd. Het leven gaat verder voor ons allen. De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen. De Naam des Heren zij geloofd.”
180