״Mijn vrouw is op reis naar familie in Engeland. Een bruiloft. Volgende week is zij met Gods hulp weer terug.”
Ik zweeg. Dronk langzaam. Een opwelling om te be-kennen overviel hem blijkbaar, want hij sprak gejaagd:
״Dat gaat zo, Gideon. Men is ondergedoken en men is nog jong en gezond. En in zo’n huis woont een aan-trekkelijke dochter. Dan begint het oude spel van man en vrouw, die elkander langzamerhand mogen en alles is om je heen weg. Je kan en je wil niet meer denken. In je onderbewustzijn leeft alleen nog wat hoop, dat na de oorlog je elkander zult terugvinden, maar je bent een mens van een uur. Ieder ogenblik kunnen de moffen de deur intrappen om je te halen. Daarom wil je nog voelen dat je leeft, je vastklampen aan de minuten. Wij waren niet beter dan in de tijden van de pestepidemieën, Gi-deon, toen ze paarden op de straten.”
Hij sprong op. Wiste zich het voorhoofd af, drentelde door de kamer en dronk gulzig.
״En dan op een nacht, als je de V 1 hoort gieren over de stad, kleed je je haastig aan. Als hij valt en de straat in brand steekt, wil je kunnen vluchten. En zij is ook op de gang in het donker. Je voelt haar dicht bij je. Je strekt je hand uit en zij grijpt die. Zij zoent je, zij is al lange tijd verliefd. Wij fluisteren, wij zeggen lieve woorden, terwijl je de volgende V 1 verwacht, die niet komt... die niet komt en je sluipt bij haar binnen... zo gaat dat, Gideon.”
Ik antwoordde niet. Ik dacht aan de eerste nacht met Thea. Toen de Engelse luchtvloot over de stad zoemde in golven en golven om te vergelden voor Londen en Coventry. Ook Thea en ik hadden toen het gevoel als die
165