gingen Joab zou toelaten, leek mij twijfelachtig. Ik ben zeer sceptisch geworden sinds ik als jongeling de geld-wereld binnentrad. Reina dronk nog koffie in de zit-kamer, maar zij werd steeds nerveuzer. Boven was Joab. Haar ongelukkige, geesteszieke Joab, die haar man was, haar zoon, haar wereld, haar alles.
״Blijf niet hier voor mij, Reina.”
״Vind je het niet erg, als ik naar boven ga? Heus niet Gideon?”
״Ik begrijp het volkomen, Reina, en ik zal mijn best gaan doen voor jullie alyah.”
Zij rees op uit haar stoel en kwam naast mij staan. Legde haar hand op mijn schouder.
״Het spijt me zo van toen, Gideon, van die brief.”
״Georg Hermann schreef in ‘Jettchen Gebert’: Und alles kam wie es kommen musste, alles wie es kommen musste,” antwoordde ik.
״Jettchen Gebert, Jettchen Gebert, de roman van mijn jeugd. Wat zoet en kinderlijk is die tegenover de roman van mijn levensavond.”
Er heerste meer dan een minuut stilte. Toen vervolgde zij:
״Gideon, ik zal nooit kunnen terugbetalen.”
״Reina, laten wij aannemen, dat eeuwen geleden een Lopez Suasso een Levano heeft geholpen. Nu betaalt een Levano de schuld van zijn voorvader.”
״Zo dichterlijk en zo hoffelijk,” zei ze zacht. ״Zo achttiende-eeuws. Onze tijd en onze stijl, Gideon. God, wat zijn Joab en ik verlopen.”
Zij hinkte weg, de vuisten gedrukt tegen de slapen van het gebogen hoofdje.
160