slonzen. Kon ook bijna niet anders. Met een huishoud-geld op het kantje af en vier of vijf kinderen binnen vier of vijfjaren. Maar nu, hier in mijn kamer, was zij vrouw, gezondheid, leven, eenvoudig warm vlees. Ik strekte mijn hand uit, zij wachtte geknield, onbeweeglijk in volle aandacht voor het vuur en voor de hand die haar moest strelen en binnen enkele seconden verheffen tot liefje. Met nertz, dure charmeuse, modeljaponnen en juwelen.
De hand aarzelde. De hand speelde komedie en deed of zij zich warmde aan het knetterende vuur. Voorbij. Gideon Levano bleef broodheer. Voorbij.
״Bedankt. Hij doet het wel. Het was hier koud.”
Het meisje rees op. Sloeg denkbeeldig stof van haar rokje. Het wapperde. De knieën werden zichtbaar, de welgevormde benen lokten. Gideon Levano strekte ook zijn tweede hand uit naar het vuur. Speelde verkleumde oude heer. Het meisje draaide zich om, wandelde hoog-moedig naar de deur, het blonde Bardot-kapsel glansde.
Haar lot was beslist. Zij zou de vrouw worden van de automonteur, die al een jaar met haar vrijde.
Ik sliep in bij mijn haardvuur. Carolien wekte mij, het diner was gereed. Zij keek mij vrij en frank, maar toch wat bezorgd aan. Bij haar waren nooit gedachten om de concubine van haar broodheer te worden. Zij was stevig verloofd en haar bruidegom werkte zich omhoog tot expeditiechef bij een grote firma. Zij zou zijn huishou-ding gaan doen, dat had zij geleerd van juffrouw Inge in het huis van een schatrijke Jood. Wanneer zij groot-moeder zal zijn, zullen haar kleindochters dat steeds moeten horen en die kleindochters zullen geeuwen.
Ik wachtte, gezeten aan mijn tafel. Joab Da Fonseca
156