benauwend klein. Waar ging ik ooit heen? Van huis naar kantoor. Van kantoor naar huis. Toen met Thea was het niet veel anders. Van kantoor naar Thea, soms samen ergens eten. Van Thea naar huis, van huis naar kantoor.
Bioscoop? Herinner ik mij namen van hedendaagse acteurs? Nee, enkele namen, maar die kende ik voor de oorlog ook al. Gary Cooper, Mariene Dietrich, Jean Gabin, misschien nog een paar, maar ik had geen lust mij in te spannen.
En toneel? Voor de oorlog iedere week een- of twee-maal naar de schouwburg. En nu? In jaren niet meer. Alleen een paar concerten in het Kurhaus van Scheve-ningen, na afloop naar huis, een worm die snel in de donkere aarde kruipt.
Buitenlandse reizen? Lugano, Nice, Rome, Wenen, Parijs, voor de oorlog, voor de oorlog. Ik herinnerde mij slechts een paar lange zakenreizen naar Londen en Stockholm, New York en Rio de Janeiro. Thea was meegegaan, door haar werd het nog wat vakantie. Zij genoot, die levenslustige vrouw verorberde het leven en ik, kniesoor, reisde weemoedig glimlachend mee en dacht maar aan voor de oorlog, voor de oorlog, aan Lugano, aan Nice, aan Wenen. Hoe het daar was ge-weest met Channah.
En boeken... dat van die boeken was niet waar. Ik las veel, te veel. Avonden lang, soms nachten lang als ik niet slapen kon door tobberij en melancholie. Haar verwijt over die boeken wond mij uitzonderlijk op. Al haar striemende woorden wilde ik wreken, kleinzielig wreken en een motief wilde ik putten uit haar verwijt over die boeken.
Driftig keerde ik mij om, maar Sara van Colmar had
154