boeken. De mening van meneer of mevrouwtje zus en zo, die gelooft de definitieve wijsheid te hebben gevon-den, terwijl zij alleen maar herhalen wat al tienduizenden jaren door iedereen is ervaren. En duizenden keren beter gezegd. Daarom maar heel matig geïnteresseerd.”
״Toneel, film, televisie.”
״Ik zie te scherp de holle ruimte met de verklede mensjes. Of de valse tanden, die een stem doorlaten, welke zonder gevoel of irriterend huilerig een tekst spuit in de microfoon. En de televisie. Bespaar me dat.”
״Ha, dus ook deze nieuwe drieëenheid heeft geen ge-nade gevonden in Gideons ogen,” zei hij, verheugd door de vlotte voortgang van zijn onderzoek. Hij schoot naar voren in zijn stoel, richtte als een speerpunt de askegel van zijn sigaar naar mij toe en vroeg dreigend en indringend:
״En de godsdienst, meneer Levano?”
״Welke, meneer de Villeneuve? Welke is de gods-dienst der godsdiensten? Het neusje van de zalm? De tophit?” vroeg ik, eveneens naar voren schietend en eveneens mijn sigaar richtend als een speer. Wij waren twee kemphanen, oog in oog.
״Tophit? Ben je bedonderd kerel. Ons calvinisme een tophit? ’t Is dat ik je ken m’n vriend, maar anders.”
״Anders zei je mij de vriendschap op. In ieder geval weet ik nu dat Calvijn bij jou het hoogste genoteerd staat. Daar blijft Mozes vér onder en Mohammed en Boeddha zijn helemaal incourant. Nee m’n waarde huge-noot, ik kan niet warm lopen voor één van deze heren.”
״Daar gaat het niet om. Het gaat om God, de Almach-tige,” riep hij en sprong op. Werkelijk boos drentelde hij op en neer. Ik glimlachte. Hij zag het.
124