zeker mevrouw, natuurlijk mevrouw, ik zal achter u lopen, mevrouw, ja, het is gelukkig geen steile trap, mevrouw. Nee, beneden hebben wij geen slaapkamers, nee mevrouw, hier langs mevrouw. Zo, u bent er al. Zo, ziezo...
Zo moet het wegstervende gefluit van de rattenvanger van Hameln hebben geklonken.
Ik telefoneerde Sara van Colmar en terwijl ik het nummer draaide, dacht ik aan Ennv Karsten. Wat nu gebeuren moest, was iets voor haar geweest. Begerig zou zij zich er op hebben gestort, de taak hebben vol-bracht en vol triomf zich weer hebben gemeld: ״Opera-tion Joab, okay boss. What next?”
Ik hoorde haar stem en ik voelde mij eenzaam en ver-langde naar haar.
״Sara van Colmar” klonk het militair door de telefoon.
״Mevrouw van Colmar, met Levano.”
״U wenst, meneer Levano?”
״Mevrouw, het is wel buiten diensttijd, maar ik stuur u mijn chauffeur en wagen. Kees zal u een briefje geven met een adres. Daar woont een beetje zwakzinnige heer. Deze moet u naar hier brengen. Kunt u dat verzorgen?”
״Ja, meneer Levano.”
״Het is daar een vreemde buurt, mevrouw. De zo-genaamde rosse buurt.”
״Ja, meneer Levano.”
״Laat de chauffeur met u meegaan, als u dat huis binnengaat, mevrouw.”
״Ja, meneer Levano.”
״Wilt u soms nog wat meer hulp?”
״Nee, meneer Levano.”
״Is alles u duidelijk?”
121