Mijn sigaar begon bitter te smaken. Het was dus 11.30 uur. Ik wierp hem in de asbak en keek op mijn horloge. Het was inderdaad 11.30 uur. Ik constateerde eentonig-heid in mijn leven. Koffie om 11 uur, sigaar, sigaar wordt bitter, 11.30 uur, klok kijken, opstaan, sigaar weg-werpen, decent geeuwen, even met de armen zwaaien, even een beetje uitrekken en klaar voor de rondgang.
11.30 uur. Gideon Levano’s rode lampje doofde en hij verscheen op de gang. Er was niemand.
Pan sloop nader, opende de geweldige matglazen deuren naar de gonzende zaal en beschouwde de mieren. De mieren keken op, deden vlug weer gewoon, dat wil zeggen toch een beetje gespannen, want een baas is on-berekenbaar. Pan daalde de brede trap naar de zaal af en begon zijn wandeling. Links en rechts groette hij min-zaam, als antwoord op het: morgen meneer Levano. Hier en daar rees een sergeant half op uit zijn stoel, boog een beetje en ging ijverig voort met handtekeningen plaatsen, ter meerdere glorie van het huis Gideon Levano & Zonen en ten profijte van de jaarlijkse winst en hun tantièmes. De meisjes keken naar Pan, allen naar hun aard. Zij, die zich verbeeldden een kans te maken, deden het koket vanuit de hoeken van haar ogen, zij, die aan die mogelijkheid nooit hadden gedacht, deden het be-deesd en werkten ijverig voort. Maar in het geheel be-zien was het allemaal onschuldig, omdat een bankman niet zo spectaculair is als een filmproducent en ook geen contracten heeft aan te bieden, waardoor een vrouw haar bekoorlijkheden tienmaal levensgroot kan tonen aan het wereldmannendom.
Pan daalde ook af naar de gewelven en was bijzonder vriendelijk voor de mannen van de safeloketten, omdat
113