de bank ons dagelijks brood werd bereid. De cliënten kwamen geld brengen of weer terughalen, geld aan ons lenen of van ons lenen. Lenen zij ons, dan krijgen zij als rente een fooi van \ %, lenen zij van ons, dan persen wij ze of 5 % af plus de kosten, want die geven wij niet cadeau. Wij kopen en verkopen met een allerbeminne-lijkste glimlach effecten voor hen en voor beide hande-lingen bedingen wij commissie. Wij bezorgen assuran-ties en dat doen wij ook niet uit naastenliefde of als vriendendienst. Ik heb het altijd een geruststellende ge-dachte gevonden, dat deze handelingen een wereld-systeem vormen en werden uitgevonden in het verre verleden. Door groepjes mannen van alle volken, rassen en kleuren. En dat bijzonder veel Joden doodarm waren. En in dat verre verleden alleen maar boeren en herders.
Het bataljon mannen en vrouwen in dit gebouw werkt feilloos onder aanvoering van procuratiehouders en adjunct-directeuren. Met hen behoef ik mij niet te be-moeien. Dat zou hun jachtig mierenleven maar kunnen verstoren en mijn in hoogheid gezeten majesteit alleen maar kunnen schaden. Ik moet het symbool blijven achter de deur met de rode lamp, de vervaarlijke medi-cijnman, teruggetrokken in het donkerste van de medi-cijnmannen hut. Ik moet tegenover mijn sergeants en luitenants wel oppassen, dat ik mijn welwillendheid in toom houd. Kredieten verstrekken aan mij sympathieke lieden is alleen toegestaan als de staf zijn fiat heeft ge-geven door een kleine paraaf. Ik heb ervaren dat enkele kredieten, die door mij persoonlijk verleend werden, een strop zijn geworden. Ik verdenk de heren er van dat zij deze kredieten niet voldoende hebben bewaakt en mij op deze manier in m’n hemd hebben gezet.
112