zacht. Zij keek over haar tafel, zag het flakkerende stompje kaars, haar Bijbel en dwars er op één van haar pistolen.
Hij werd wakker, vroeg om water. Zij bracht hem wat in een kom en toen hij had gedronken zag zij in z’n ogen dezelfde dankbare blik, als van haar eerste kind, dat ook eens gevraagd had om water, toen het vergeefs vocht met de typhus. Zij beet op haar lippen, omdat zij zich herinnerde en niet wilde huilen.
„Laat me afscheid nemen van m’n schimmel, Anne Mal-landain.”
Zij aarzelde. Toen maakte zij zijn benen los, knoopte een lasso aan zijn gebonden handen. Vele minuten stond hij voor zijn stoel, zodat het bloed kon terugvloeien in zijn benen. Toen liet zij hem op het erf. Als een dier aan een touw. Hij drukte zijn wangen tegen de hals van het paard, zo was zijn afscheid. Hij stond aan de poort en staarde over de prairie, zo groot was zijn verlangen. Hij draaide zich om en zag haar grimmigheid en haar holsters met de pistolen. En hij boog moedeloos het hoofd en vroeg:
„Nog even, Anne Mallandain, nog even kijken en ademen, voordat de meute mij zal verscheuren. Straft God altijd zo zwaar? Is er altijd ziel om ziel, oog om oog, tand om tand? Ik heb gedroomd vannacht, van mijn moeder, en ze zei: Want de heele Wet wordt in één woord vervuld, namelijk dit: „Gij zult uwen naaste liefhebben gelijk uzelven.”
Zij antwoordde niet. Hij stond weer te staren over de prairie, vervolgde: „De Sheriff kan hier zijn tegen de middag. Laat me zolang buiten, Anne Mallandain. Want ik heb nauwelijks geleefd.”
En opeens schaamde zij zich. Om dit mens, aan een touw gebonden als een dier. En zij was besloten.
„Kom hier, Lynn.”
Hij kwam, stond voor haar, keek haar vragend aan. Zij rilde om dit kind en slikte benauwd. Plotseling nerveus, alsof er geen tijd meer was, ontbond zij zijn armen. Wild wreef
158