hij op het hoofd leggen, haar pistolen waren op hem gericht.
„Je weet wat je wacht, Lynn Hopkinson.”
„Ik weet het, moeder Anne.”
„Noem mij geen moeder, het klinkt nu als een hoon. Ik kan je nu neerleggen, Lynn Hopkinson, maar ik verkies de rechter. Wil je vrijwillig meegaan naar Wilmersburg?”
Hij keek naar de horizon, zijn mond trok nerveus. En antwoordde niet.
Zij gelastte hem zijn armen op de rug te houden en zij bond ze tezamen met een dunne riem. Snel en nerveus, wrant zij kende haar ongewapende ogenblik. Toen bond zij zijn polsen met een lasso en maakte die vast aan de zadelknop. Zij steeg op, weer moeilijk door haar rokken, spiedend over het zadel, een pistool onhandig gericht.
„Je zult moeten lopen.”
En hij liep, vóór haar paard. Gok het pakpaard liep mee, goed gedresseerd. En daarna kwam de schimmel, goedig en trouw, het paard van Lynn Hopkinson.
Zij reed langs haar hoeve naar haar naaste buurman. Hij gaapte haar sprakeloos aan, rende toen naar binnen en kwam terug met een oud geweer en richtte op Lynn Hopkinson.
„Maak geen ongelukken, Samuel Good, je hebt in geen jaren geschoten. Leg dat geweer terug en rijdt naar Wilmersburg. Zeg tegen de Sheriff, dat hij komen moet om Lynn Hopkinson te halen.”
Hij giechelde geluidloze woorden, zij keerde af in de richting van haar hoeve. Toen ging de oude Samuel Good naar zijn stal, zadelde een paard en reed naar de Sheriff van Wilmersburg.
De avond viel toen zij op haar erf terug was. Tien uren had zij gereden. Zij beduidde Lynn I lopkinson naar binnen te gaan en te gaan zitten bij de haard. Zij trok zijn gebonden armen over de leuning van zijn stoel en bond ze vast: zijn mond vertrok van pijn. Zijn henen bond zij aan de stoelpoten, overdreven hard en zeker, want zij was nu een angstige vrouw.
M4