Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



Onafwendbaar kwam de dag. Het gesprek dat komen moest tussen Genendel en Geerte.

Genendel zat die ochtend reeds meer dan een uur bij haar venster. Zij dacht en dacht tot een lichte hoofdpijn haar begon te hinderen. Al die tijd was Juana de la Calle bij haar.

‘Gittele, ik zal moeten gaan naar die vrouw. Ik ben bang geworden. Sinds dagen is er geen koerier gekomen van Manuel Zacuto.’

‘Geen tijding, goede tijding, senhora.’

‘Zeg dat tegen het hart! Het lacht om zulke spreekwoorden. Het verlangt te weten, het verlangt te juichen of te huilen. Kom, we zullen dat hart bedriegen en gaan praten met die vrouw.’

‘De moeder van senhor Ido’s kleinzoon, senhora!’

‘Die vrouw, voor mij blijft ze die vrouw . . . die hoer!’

‘Senhora!!’

‘Vergeef me, Gittele. Ik ben zo angstig, zo anders dan anders. Kom, we gaan!’

Zij wandelden. Genendel had verlangen naar frisse lucht en beweging.

En in Geertes huis stonden zij tegenover elkaar. Koel, vijandig.

‘Ik moet u spreken, Geerte van Arcen.’

Geerte werd bleek. Haar kinnetje trilde. Haar ogen vulden zich, werden weer licht door tranen.

‘Is hij vermoord?’

Haar vingers, haar nagels klauwden zich vast op de hoge jukbeenderen. Dit leed ontroerde Genendel niet.

Zij antwoordde trots:

‘Nee. Ons goud houdt hen in bedwang.’

‘Goddank.’

191

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.