Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



Hasselt, Diest, Aerschot, Lier, Antwerpen, in ijltempo hadden zij gereden. Bijna dag en nacht, steeds van paarden verwisselend. Niet rekenend, want hun reiskas bestond uit blanco wissels, een geschenk van de Joden uit Neurenberg.

Genendel.

Zij monsterde de krachtige mannen. Zij las de brief van Nehemia bar Simeon. Weer monsterde zij de mannen. Dit was haar volk! Deze stoere kerels, die in Boheemse dracht Bohemers waren.

Moedig, geoefend, gewapend. Mannen! Haar volk. Zonen van Josua, van Saul, van David, van Nehemia ben Hakalja, Simon bar Kochba. Het juichte in haar. Eens zou het komen. Shaddaï... zend de Mesjoelach, zend de Messias . . .

Toen zegde zei:

‘Meldt Nehemia bar Simeon mijn innige dank. En zeg dat het Huis Mocatta voor zichzelf zorgt of tenonder gaat.’

De mannen bewogen niet. Zij ringelde haar zilveren tafelbel. Juana de la Calle.

‘Juana, zorg dat het deze mannen aan niets ontbreekt. Aan niets, verstaan?’

Toen hief de oudste jongeman zijn hand op, zei:

‘Wij hebben niets nodig. De Askenaziem zorgen onbeperkt voor hun boodschappers. Zoals in de dagen van koning David. Heden rijden wij terug.

Zij bogen niet, keerden en verlieten haar kamer.

Onthutst zeeg Genendel neer in haar stoel. Zegde:

‘Gittele, mijn tefillah. Ik wil bidden voor hun behouden terugkomst.’

Toen glimlachte zij. Het hoofd gebogen, de handen voor de betraande ogen.

291

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.