‘Wie zal overwinnen?’ fluisterde zij en volgde met haar wijsvinger de lijn van zijn kneveltje.
‘Een derde kracht. De liefde. Jij en al die andere vrouwen.’
‘De zegetocht der ribben,’ riep ze schalks en maakte zich snel los uit zijn omarming. Zij gierde van pret. ‘Geerte!’
‘Ik kom zo. De jongen huilt!’ Zij snelde de kamer uit. Hij bleef alleen met zijn woorden en het leven, dat het verlangen naar zijn Geerte was. Dacht aan haar gezegde: de zegetocht der ribben. Zag een nieuw facet aan haar. Humor - overdacht haar andere woorden - verstand. Zij was niet alleen vlees. De moeder van zijn zoon was op weg naar beschaving, uit eigen vrije wil.
Yezertob.
Beloften nakomen. Men zal niet liegen. Die woorden wilden niet uit zijn hoofd. Telkens tijdens zijn werk onderbraken zij zijn gedachten. Verlamden zijn kracht, zijn ondernemingslust.
Gracia Nunez, twee woorden die een naam vormden. En een hoon van moeder Genendel. Niet liegen. Hij zag zijn Geerte.
En voelde de af keer om haar te moeten zeggen dat hij naar Spanje moest reizen om een belofte na te komen. Dat hij het haar niet kon uitleggen en liegen moest om haar geluk niet te verstoren en de zekerheid van haar nieuwe leven zou ondermijnen.
Een avond. Toen de twijfel te hevig geworden was. Een klop op de deur van het huis van Baëna.
Een beheerste verwondering. Wijn, zware Bourgonje. De woorden:
280