‘Naaf de City? Waarom, Juana?’
‘Je vroeg mijn raad niet, je vroeg iets uit mijn intuïtie. Daaruit gaf ik je antwoord.’
‘Jawel, maar het klinkt 20 doordacht, Juana.’
‘Zwijg nu maar. Misschien 2eg ik het later nog wel eens.’
Hij 2ocht haar hand, wilde haar op zijn schoot. Maar ze stond het niet toe, zei alleen nog:
‘Morgen moet je vertrekken. Er is haast bij. Senhora Mocatta is ziek van onrust.’
Zij kuste hem vluchtig. Verliet de kamer om te gaan slapen. En er bleef voor hem niets anders meer te doen dan te gaan.
Hij werkte als een geoefende Mocatta-man. Grondig, doordacht, waar nodig met geld. De provoost van de Engelse kooplieden gaf hem introducties voor de City, de naam Mocatta had hij reeds enige keren ontmoet in brieven om inlichtingen. Bij het afscheid zei hij te hopen dat de verbinding met de City zou kunnen worden verstevigd. Hij dacht Brits. Hoe meer verbindingen, des te meer invloed in Vlaanderen, Frankrijk en de Duitse landen. En een eiland kan zijn produkten niet in het water gooien, ze moeten worden gekocht door vreemdelingen, liefst met goed goud.
Gabriël Baëna reed naar Duinkerken, gedekt door een klein escorte onder aanvoering van de vertrouwde Vlaamse homan. Daar liet hij wat geld werken en hij werd nauwkeurig ingelicht wanneer de Iberische koopman was aangekomen, waar hij herberg had gezocht en op welke dag hij was overgestoken aan boord van een Hollandse haringbuis, waarvan de schipper avontuur en brood zocht.
26 j