Zou het blijven? Zou het kunnen blijven? Waarom niet? Nog steeds was zijn hartstocht hevig voor haar, nog steeds kon hi j doelloos in haar armen liggen. Alleen maar wat liggen en genieten van de rust, van de ontspanning die zij hem schonk. Die hij nodig had in zijn drukke leven van grootkoopman en bankier. Zo dikwijls had zij hem gevraagd of dit voldoende was. Steeds had hij met gesloten ogen gefluisterd - ja - ja - alleen maar rust en jouw genegenheid, niets willen, niets verlangen.
Rust, rust, niets meer. En daarna kon hij opveren en, onmiddellij k weer gespannen, liep hij door haar kamer als een lenig en sterk mannetjesdier, gereed om te vechten. En te overwinnen.
Hij was goed, te goed. Ze had bijna nimmer iets goeds van mannen ondervonden. Eén! Die schout van die stad. Die te oud en te lelijk was geweest om haar dankbaarheid te aanvaarden. En zijn waardigheid had behouden omdat hij alleen maar schout wilde blijven. Onkreukbaar. Onomkoopbaar. Een sterke oude man. Josua, nog sterker, ondanks zijn jeugd.
Hoe uitstekend had hij gezorgd, zodra zij hem haar zwangerschap had bekend. Dit grote huis haar onbezwaard eigendom, daarbij als lijfrente de pacht van twee hoeven. Voor nu en tot zijn dood een ruim jaargeld, zodat zij een maerte en twee meisjes in dienst kon houden. En een karos met een voerman-stalknecht.
Zij begon te huilen. Zou het zo kunnen blijven? Wanneer zij ouder zou worden, haar lichaam zou vervetten zoals van de meeste Vlaamse vrouwen hier? Wanneer haar gezichtshuid zou gaan rimpelen, haar handen en vingers dik zouden worden en op haar benen spataderen zouden ontstaan? Maar hi j, ook hij bleef toch geen veer-
2j6