‘Ja. En ik heb nog twee nieuwe bï jgekocht.’
‘Goed, moeder Genendel. En de konvooien?’
‘Een peperkonvooi verloren bij Ulm, een zijdekon-vooi verloren bij Stettin.’
‘Op hoeveel konvooien, moeder Genendel?’
‘Dat weet ik niet zo precies, Jehoshua. Het waren er honderden, grote en kleine dooreen.’
‘Is de Hanze opgekomen voor het ziidekonvooi?’
‘Neen.’
‘Is de Rijnse Bond opgekomen voor het peperkonvooi?’
‘Neen.’
‘Waarom Antwerpen nog lid is van de Hanze, is mij een raadsel moeder Genendel,’ zei hij hoofdschuddend.
‘De provoost van de Portugezen heeft zich voor ons ingezet, Jehoshua. Hun antwoord was dat wij Iberiërs zijn. Voor Duitsers zouden zij zijn opgekomen.’
‘Ja, ja,’ zei hij peinzend. ‘En voor de Fuggers met hun machtige factorij hier.’
‘En jouw reis, Jehoshua?’
‘Wij zullen geld neerleggen in Venetië en Milaan. Ook in Genua en Florence. Wij zullen correspondenten hebben in Napels en in Saloniki, En...’, hij keek onwillekeurig naar de deur, fluisterde:
‘... eninConstantinopel.’
‘Zóver ons geld, Jehoshua?!’
‘Ja, moeder. De sultan is een gemakkelijker vorst voor de Joden dan welke koning hier in het Avondland. Tenminste, zolang het westen hem blijft aanvallen omdat hij Kanaan bezit en liever bij zijn Mohammed blijft. Ik heb dubbele conti geaccordeerd, één bij een joods huis, één bij een christen of een islamiet. De rente komt eens per
248