Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



Mocatta daarmede omvattend. Genendel volgde met haar ogen zijn beschuldigende handen, zag in de hoek de Jodenhoed. Enige passen, zij greep hem, overhandigde Nehemia het gele ding. Met zijn oude vingers herstelde hij de vorm, zette de hoed op.

‘Ziehier, senhora, zó is het ons aangezegd.’

‘Door wie?’ beet zij hem toe.

‘Door Haqodaush-boroech-hoe. Ik hoop dat u het loshen-ha-koudesh nog verstaat, Genendel bath Micha.’

‘Ik versta het en spreek het, Nehemia bar Simeon. En nu is het uw beurt om te antwoorden.’

Zij ging over in het Hebreeuws:

‘Hebben wij gedood?’

‘Neen.’

‘Hebben wij gestolen?’

‘Neen.’

‘Hebben wij vals getuigd?’

‘Neen.’

‘Hebben wij onze ouders geëerd?’

Hij antwoordde weer in het Duits:

‘Ik heb gehoord dat u ze altijd hebt geëerd, Genendel bath Micha.’

‘Hebben wij het goed van anderen begeerd?’

‘Ik kan daarop niet eerlijk antwoorden, want ook ik ben een koopman.’

Genendel werd weer onrustig. Zij liep gejaagd door de kamer, rond het zware kloostermeubel dat diende tot schrijftafel van Josua Mocatta. Nehemia bar Simeon wendde zich steeds in haar richting, dat maakte haar nog onrustiger. Opeens stond zij vóór hem, keek naar hem op, haar kaken opeengeklemd. Haar ogen vonkten. Zij ademde zwaar, voordat zij hem toebeet:

230

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.