heid te hebben geschonden door te twisten met een uwer knechten, senhora Mocatta.’
‘Ik heet Genendel bath Micha.’‘De profeet, wiens naam uw vader droeg, zei: Daarom zal Ik Samaria stellen tot enen steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal hare stenen in de vallei storten, en hare fondamenten ontdekken. En al hare gesnedene beelden zullen vermorzeld worden, en al hare hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al hare afgoden zal Ik stellen tot ene woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren.’
Terwijl hij sprak, versteende Genendels gezicht, haar ogen begonnen te gloeien, haar sierlijke handen werden tot vuisten. Nog overwon de gastvrijheid.
‘Adoni, bent u gekomen om dit Huis Mocatta te vloeken? Hebben wij naar vermogen gehandeld om u uit de handen van Haman te redden, ja of neen?’
‘Dat hebt u en dat heeft uw stiefzoon Josua Mocatta. Ik ben hier om u daarvoor te danken en ik ben ook gekomen om de verbintenis als factoor van uw huis te verbreken.’
‘Waarom?’ flitste haar stem.
‘Ik heb uw welvaart en uw macht gezien en ervaren, maar ik heb ook begrepen welke rente u en uw stiefzoon daarvoor moeten betalen.’
‘Rente?’ vroeg Genendel kinderlijk. ‘Rente? Het Huis Mocatta is schuldeiser, nooit schuldenaar.’
‘U hebt mijn beeldspraak niet begrepen. Ik bedoel de rente die uw ziel betaalt om zó te mogen leven.’
Nehemia bar Simeon maakte een spottend-bescher-mend gebaar, al de weelde in de schrijfkamer van Josua