‘Ja. Vleiende woorden voor arme Geerte. En ... jij kunt er niets aan doen dat ik 20 een slecht leven had. Ik kom.’
Zij kwam. Met haar deken. Vlijde 2ich op het hooi vlak naast hem. Wendde haar hoofd terzij, keek hem onderzoekend aan.
‘Waarom kijk je 20?’ vroeg hij zacht.
‘Je ziet er veel beter uit. De rust hier doet je goed. Wij blijven nog een paar dagen. Haast hebben wij geen van beiden. Jij niet, omdat je knechten hebt die voor je werken, en ik . . .omdat ik eigenlijk nooit een doel heb.’
‘Wil je een doel, Geerte?’
Zij wendde bruusk het hoofd af. Hij keek opmerkzaam. Zag de mooie lijn van weeldevol kastanjebruin, hoog voorhoofd, slapen en wangen en kin, zacht het oorlelletje, zacht de lijn van keel en hals tot aan de boord van het hemd. Toen de deken, de blanke arm en de welving van haar borst. Zij snikte, hij hoorde dat het oprecht was. Hij vroegop gedempte toon,bijna fluisterend:
‘Hoe kwam het, Geerte?’
‘Och . . .van die wereld begrijp jij toch niets.’
‘Vertel het me maar. Stort je hart eens uit bij een man die het goed met je meent. Ik wil niets, alleen maar mijn dankbaarheid tonen omdat je mij niet liet creperen als een gewonde hond.’
‘Hoe kwam je daar zo op die weg?’ fluisterde zij.
‘Straks. Eerst jouw verhaal, goed?’
Zij hield haar hoofd terzij. Zij snikte nog zachtjes, haar schouders schokten lichtelijk. Toen, aarzelend:
‘Nou dan. Hier. Vader was een boer, pachter. Hij had een eerste knecht, een kerel als een boom met een smoel om altijd te zoenen. Hij was flink en kende zijn
210