Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



Een kleine stal, leeg, de twee koeien waren ook ’s nachts nog in de kleine wei. In twee hoeken had de oude boer ruim hooi gespreid. Een vetkaars brandde in een koperen melkkuipje in de hoek waar Josua Mocatta zich had neergelegd. Zijn wambuis en zijn ruiterlaarzen uitgetrokken en zich gedekt met een van Geertes dekens.

Zij lag in haar hoek, in hemd en onderrok, zonder jak en keurslijf, onder haar tweede deken. De kaars vlamde hoog door een geheimzinnig luchtstroompje ergens vandaan. Beiden waren wakker, beiden keken naar het spel van de wisselende schaduwen op de grauwwitte muren. Beiden hadden hun gedachten. Geerte van Ar-cen sprak het eerst.

‘Heer Josua Mocatta van Antwerpen, waarom streelde je mijn wangen, voor het avondeten?’

‘Wat dacht je, Geerte?’

Zij snibde een beetje: ‘Net als alle kerels.’

‘Ik ken de beweegredenen van alle kerels niet. Maar de mijne was heel simpel. Ik had er behoefte aan. Alleen maar even een vrouw te liefkozen.’

‘Een vrouw? Zo maar? Had u de oude boerin of de huismeid ook kunnen nemen.’

‘Had ik, inderdaad. Maar die zijn Geerte van Arcen niet.’

‘Heb ik dan iets bijzonders?’ vroeg zij vol verwachting.

‘Weet ik nog niet, Geerte. Misschien leert de tijd, misschien niet,’ antwoordde hij onverschillig.

‘Oh,’ beet zij hem toe. Draaide zich naar de muur. Het was lange tijd stil. Josua Mocatta hervatte het gesprek.

‘Slaap je, Geerte?’

‘Slaap je, Geerte van Arcen? Neen, heer Josua Mocat-

208

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.