Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



niet verhinderen. Toen hij voor het bed stond, voelde hij zich wat sterker, het rijden trok uit zijn lichaam.

‘De stal, Geerte, ik wil niet dat deze oude mensen hun bed afstaan.’

‘Voor één nacht? Kom, neem het.’

‘Neen. Het wordt beter nu ik uit het zadel ben. De stal-en betalen.’

‘Zij willen geen geld, dat heb je toch gehoord?’

Josua Mocatta opende zijn geldtas, bood de oude boer een goudstuk aan.

‘Nee, heer, nooit niet. Ik ben een christenmens,’ gromde de boer.

‘Maar uw bed wil ik niet. Ik ben een jonge man.’

‘Goed, heer. Ik zal hooi spreiden in de stal.’

Zij aten gezamenlijk met de boer en zijn vrouw. Ook de huismeid en een oude knecht zaten aan. Zij spraken over het reizen. Josua Mocatta vertelde van Antwerpen. Over schepen en van verre landen. De boer vertelde van zijn akker, zijn paarden, koeien, zijn kippen, zijn varken en zijn hond. Hij sprak erover met eerbied en dankbaarheid voor het goede dat God hem geschonken had voor zijn oude dag. Het werd genoeglijk, vredig, eenvoudig. Vers brood en eieren en kaas en bier. En de oude boerin zette gul en verheugd een kom met vroege appels en peren neer.

‘Eet, mensen, wij zijn gezegend en wij zijn de Here Jezus ootmoedig dat wij mogen zijn zoals Hij. Goed voor de mensen. Amen,’ zei de boer en knikte ontroerd.

Het werd schemer. Het werd donker. Zij wilden gaan slapen. Oude mensen, en vroeg op voor het dagelijks brood.

207

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.