Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



beeld was nog niet verdwenen. Zij kirde, één moment, toen:

‘Eet wat, Josua Mocatta van Antwerpen, en zeg me wanneer wij hier opbreken. Je bent toch beter?’

‘Ja,’ gromde hij, ‘ik ben beter, geloof ik. Vanmiddag rijd ik.’

‘Wij,’zei ze zacht.

‘Ik, alleen,’ snauwde hij, ‘jij reist naar Brussel.’

‘Wij,’ herhaalde zij, ‘je bent nog niet in staat alleen te reizen. Tegen de avond zak je terug. Dat is altijd zo. Ik breng je thuis. Brussel wacht wel. Dat is al zo een oude stad. Die heeft in die tijd wachten geleerd.’

‘Wat verwacht je van Antwerpen?’ vroeg hij onderzoekend.

‘Niets. Ik heb niets te verwachten dan armoe en zorg om uit de klauwen van de mannen te blijven en dat kan ik net zo goed in Antwerpen als in Brussel.’

Hij staarde in de verte, haar woorden overdenkend, langzaam happend van zijn snee brood, zo nu en dan een slok melk. Zij at ook, met forse happen, alsof zij zoveel mogelijk wilde binnenhalen van deze dagen met hun onverwachte overvloed. Plotseling stond zij op, rekte zich langzaam. Toen keek zij op hem neer. Hij keek naar haar op, verward. Zij zegde:

‘Ik ga niet mee. Ik zal nog een paar dagen hier op je passen en je wat verzorgen. Dan kom je wel weer in Antwerpen bij die mooie weeldemeid van je.’

‘Wat zeg je nu voor dwaze dingen, Geerte,’ zei hij boos, ‘ik heb geen meisje en ook geen bruid meer.’

‘Dat moet je mij niet wijsmaken met zo’n gezicht als jij hebt.’

Zij bukte zich, wreef met beide handen langs haar

200

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.