Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



‘Hoe heet jij?’

‘Josua ... Josua Mocatta van Antwerpen.’

‘Je bent geen Vlaming, hè? Je bent 20 anders.’

‘Ik ben een Portugees.’

‘O ... daarom heb je die vreemde tongval. Goed. Ik zal eten voor je halen. Zal ik pap vragen?’

‘Nee. Brood. En in mijn zadeltas ... Geerte, waar is mijn paard?’

‘Buiten, in de kleine wei. En daar liggen zadel en tuig. Kijk maar. En je rapier ... en alles. Ook je geldtas is hier. Maar die heb ik vlak bij mij onder het stro verstopt.’ Zij lachte kirrend, boog zich en zwaaide zijn geldtas omhoog.

‘Geerte, je moet die boer wat vooruit betalen,’ zei hij beslist. ‘Kom hier.’

‘Zij kwam bij hem, reikte hem de tas. Keek van terzij nieuwsgierig naar de inhoud. Goud en andere munten. Veel.

‘Breng hem alvast twee goudstukken, Geerte. Als hij meer wil, ook wel goed. En zorg dat jezelf niets te kort komt. Vraag de boerin voor jou om eieren en vlees en brood en bier.’

Zwijgend nam zij de twee goudstukken aan en liep licht en vrolijk naar de staldeur. Zij gaf bevelen aan de boerin, zij deed het nu bijzonder graag. Altijd vragen, eigenlijk altijd bedelen om brood en dak ... en nu dit... opkomen voor een rijke koopman die goudstukken in zijn tas had alsof het kiezelsteentjes waren.

Ze gaf de boerin één goudstuk. En de boerin lachte breed en gedienstig en begerig. En weer buiten op het erf stopte Geerte snel het tweede goudstuk in het buideltje tussen haar borsten. Haar noodpenning was verdubbeld. En ze knipoogde tegen de zon.

192

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.