Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



benen, een stuk van haar dijen. Hij sloot de ogen weer, knikkebollend van ellende. Besefte toch nog dat een kordate sterke vrouw zich over hem ontfermd had en reed om hulp.

Zij vond een hoeve, een mijl verder, bijna aan het gezicht onttrokken door het struikgewas langs de weg. Het mansvolk was in het veld bij het koren, dat door hun korte krachtige slagen met de sikkels werd gemaaid. Geertes boerinnenogen zagen bunder na bunder.

Achterdochtig kwamen de boerin en de huismeid op het erf. Zij waren gewend aan lopend bedelvolk, marskramers en maraudeurs. Een meid op een kostbaar en uitstekend getuigd paard was een heel nieuwe ervaring voor hen.

‘Wat wil je?’ snauwde de boerin.

‘Hulp voor een ruiter verderop. Hij kan zelf niet meer lopen. Leen mij een paard en wagen,’ antwoordde Geer-te.

‘Lenen? En nooit meer terugzien, hè? Van ons erf af. Vooruit.’

‘Ik betaal met goud.’

‘Laat zien,’ gebood de boerin.

Geerte knoopte haar jak los, tastte onder haar hemd naar een zakje tussen haar borsten. Er zat één goudstuk in, haar noodpenning. Zij gaf het aan de boerin.

‘Ja ... ik zie dat je geld hebt en dat je niet wilde bedriegen. Hier is het terug. Het mansvolk is in de korenbouw, dat heb je gezien. Daarom ga ik zelf mee.’ De boerin klapte in de handen. De grootmoeder kwam naar buiten.

‘Let even op, oudje. Ik ga met de kar en ben zo weerom.’

187

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.