Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



Zij vouwde haar deken, legde zijn hoofd erop. Zij stond op en bond het paard aan een boom, zodat het nog wat kon grazen. Zij opende de zadeltassen, vond brood, eieren en een veldkruik met water en wijn. Zij kwam ermee naar hem toe, wekte hem. Gaf hem te drinken, voedsel wilde hij niet.

‘Heb jij wat?’ fluisterde hij.

‘Brood,’ zei ze en toonde hem een roggebrood.

‘Niets meer?’

‘Een homp kaas en worst en uien.’

‘En drinken?’

‘Water.’ Zij toonde haar veldkruik.

‘Neem eieren, en onder in de tas zit rookvlees.’

‘Ik heb genoeg. Ik wil niets. Probeer wat brood te eten. Ik zal het voor je weken,’ zei ze.

Ze knielde bij hem met een tinnen bord uit haar rugmand. Trok zijn Italiaanse dolk. Bekeek eerst het kostbare heft, sneed toen wat brood in blokjes en weekte het met een scheutje uit de veldkruik. Zij voerde hem als een boreling, met kleine doorweekte stukjes. Hij at heel weinig. Zij drong niet aan. Het begin was er.

‘Lief van je,’ zei hij, de ogen weer sluitend.

‘Gewoon, heel gewoon. Van mens tot mens,’ antwoordde ze kregel en schokte even met de schouders. Na een tijdje zei zij:

‘Wat moet ik doen? Je kunt zo niet blijven liggen. Zal ik hulp zoeken bij boeren?’

‘Ik zal proberen overeind te komen en een boer te vinden.’

‘Alleen?’

‘Ja. Je hebt al genoeg tijd aan mij besteed. Waarheen was je op weg?’

185

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.