Wanneet het dan weet heldet in uw hoofd gewotden is, zult u beseffen dat een proces tegen mij alleen in Antwerpen kan worden gevoerd.’
Er begon verwarring te heersen. De president-schepen keek woedend maar vragend naar de schout. Deze knikte bijna onmerkbaar ja. De gevangene had zijn rechten juist gezien. De president-schepen schuifelde wat onrustig op zijn zetel, hij had belangrijke verbindingen met de Antwerpse handel en steunde op hun ruime kredieten.
De monnik zei opeens met harde stem:
‘Ik heb geen tijdvoor juridische haarkloverijen. Innaam van het Heilig Officie der Inquisitie eis ik voortgang van het verscherpt verhoor.’
Mocatta zweeg en sloot weer de ogen.
‘Binnenmeester, de paternoster.’
Het hoepeltje van touw met grote knopen werd rond Mocatta’s hoofd gelegd en aangedraaid. De knopen drongen in zijn vlees.
De president-schepen stelde weer de vraag. Josua Mocatta antwoordde niet.
‘Binnenmeester, de afwassing der zonden.’
‘De tortuurmeester legde een natte doek over de ogen van Mocatta, duwde zijn neusgaten dicht. Een helper goot uit een tuitkan koud water op zijn hartstreek, in zijn oksels, op de onderbuik, op zijn schaamte.
De president-schepen stelde weer de vraag. Josua Mocatta antwoordde niet.
‘Binnenmeester, de lafenis der barmhartigen.’
De tortuurmeester rukte ruw Mocatta’s mond open, legde een paardebit tussen de tanden. Een knecht pakte Mocatta’s hoofd tussen zijn harde handen. Toen goot de tortuurmeester een kruik koud water in Mocatta’s mond.
169