Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



‘ Waar was het geld?’

‘Veilig in Antwerpen gebracht, vóór die tijd. Wanneer de ronselaars van onze hertog weer zullen rondtrekken, dan ligt het voor hem ter leen. Nog meer, mijnheer de schout?’

De schout keek hem weer langdurig aan. Het viel Jo-sua Mocatta op dat zijn mond wat zenuwachtig trok en dat hij nadenkend over voorhoofd en wangen streek. De schout begon te beseffen dat hij aan het begin stond van een zaak die hem zijn ambt zou kunnen kosten en de kerker voor hem zou kunnen gaan betekenen. Hij stond op.

‘Ik geef u over aan de geloofsonderzoeker. Ik zal uw beweringen over de Gelderse baron rapporteren aan de baljuw. Wie stelt u als borg?’

‘De gehele Portugese kolonie van Antwerpen. Alle leden van deze kolonie staan immer borg voor elkaar. Sta mij toe mijn homan en mijn knechten terug te sturen naar Antwerpen om zich te melden bij de provoost van de Portugezen. De heer provoost zal onmiddellijk het nodige doen.’

‘U blijft gevangen totdat uw antwoorden zijn onderzocht. Eerwaarde, het verdere verhoor is aan u.’

De schout verliet de kamer. Voor hem uit gingen twee dienaren. Eén droeg de Roede van Justitie.

De monnik ondervroeg. Josua Mocatta bekende niet. Het ging om zijn leven. Het grootste geschenk Gods. Het Leven. De monnik zei:

‘Ik ken uw soort. Ontwikkeld en behendig. Ik zal mij niet vermoeien met langdurige verhoren die u doorstaat met behulp van spitsvondigheden en welsprekendheid. Morgen zal ik de president-schepen verzoeken u scherp

167

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.