Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



niet over voor de Rabbaniem. Zij mogen nog naar mij kijken. Of niet? De waarheid, Jehoshua.’

‘En meer dan kijken, moeder. Verlangen ook.’ Hij lachte op een jongensachtige, maar toch manlijke manier.

‘Foei, je laat me blozen.’ Ze trok haar hand terug.

‘Dat wilt u toch nog wel, moeder?’

‘ Jaaa ...’ zei ze hartgrondig. ‘Kom, ik wil gaan slapen.’

‘Welterusten, moeder.’

‘Welterusten, Jehoshua. En...?’ vroeg ze vol verwachting. Haar hart klopte iets sneller.

‘Morgen rijd ik. Ge zult niet werkeloos toezien wanneer het bloed van uw naaste vergoten wordt.’

‘Kom hier,’ gebood ze. Ze klemde haar kaken opeen en bedwong haar tranen. Ze kuste hem op het voorhoofd, zei nog:

‘Dat Ha-Kadosh-baroech-hoe je beschermd Hij bezit niet veel Joden zoals jij. Je bent een dwaas en toch .. ., toch ben ik trots op je. Reken op moeder Genendel. Op haar vermogen. En haar Ashkenasisch krediet.’

‘Nacht, moeder.’

‘Nacht, Jehoshua, nacht. Ik zal bidden iedere morgen, iedere avond. Nacht, mijn jongen.’

Hij ging. Ze lag wakker. De gehele nacht. Totdat de hanen op de binnenhoven begonnen te kraaien.

Voordat hij uitreed, kwam Gabriël Baëna om afscheid te nemen. De reisfactoor was in een ernstige stemming. Te ernstig, tegen zijn aard. Nerveus klopte hij het paard van Josua Mocatta op hals en borst, alsof hij het dier wilde bezweren op zijn meester te passen en hem niet te verlaten. Toen keek hij op naar de ruiter en zei:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.