‘Wilt u mij aankijken?’
‘Ja,Adoni.’
‘Waarom wilde Nehemia bar Simeon 20 hardnekkig ons krediet? Zi jn jullie in gevaar?’
‘Nog niet. Maar. . . keizer Maximiliaan blijft de vijand van Lodewijk XII van Frankrijk. Hij heeft de eis gesteld Bourgondië, de erfenis van 2ijn vrouw Maria, terug te geven aan zijn zoon, uw hertog Fhilips de Schone. U weet, Bourgondië was een zwaardleen, het viel toentertijd terug aan Frankrijk. Wij vrezen een langdurige, grote oorlog. Die kost geld.’ Jehoeda bar Gershom hief vragend zijn handen op en vervolgde spottend:
‘En welke geldkist wordt dikwijls geopend, senhor Mocatta? Op de sleutel staat gegraveerd: JUDEA. En als het slot een beetje knarst en droog is van ouderdom, dan smeert men het met bloed.’
Josua Mocatta keek streng in de ogen van Jehoeda bar Gershom en zei:
‘Nehemia bar Simeon wilde mij en anderen dus een groot risico laten lopen. Ik heb mij blijkbaar in hem vergist.’
‘Neen, Adoni, Nehemia bar Simeon is een diplomaat.’
‘Vertel mij nu alles en verberg u niet langer, Jehoeda bar Gershom. Ook u weet veel meer.’
‘Goed, senhor Mocatta, leer dan iets van de Ashkena-ziem. Weten, veel weten, kan ook een schild zijnl’
Hij glimlachte op een bijzondere manier. Josua Mocatta vroeg zich af hoe het mogelijk was, dat Jehoeda bar Gershom zijn lijfspreuk ‘Geld zal altijd ons schild zijn’ kende. Hij antwoordde:
‘Ik luister, Reb Jehoeda bar Gershom.’
‘Welnu. Fhilips de Schone noemt zich reeds Prins van