Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



helm en zijn kuras was gelijk aan dat van de wapenknechten. Zij reden hun paarden vlak naast elkander en stonden nu oog in oog. De baron reikte de koopman de machtiging en een ganzeveer. Hij hield een kleine tinnen inktkoker in zijn rechterhand. Mocatta doopte in en tekende met zijn naam en handelsmerk.

‘Mijn handtekening geldt voor vier kisten, baron, niets meer,’ zei Mocatta, terwijl hij de machtiging teruggaf.

‘Vier kisten. Niets meer. Voor heden, koopman.’ De baron wendde zijn paard, wendde nogmaals, stond een zestal ellen van Mocatta, weer oog in oog. Toen wierp hij de koopman zijn rapier toe. Het viel rakelings langs hem op de grond.

‘Zo hebt u mijn wapen in huis geworpen, senhor Mocatta. Uw leven heb ik nu gespaard, zoals u het mijne. Wij staan gelijk.’

‘Dat staan wij niet, baron. U bent mij nu vier geldkisten schuldig. En u stond met vier tegen één.’

‘Dan verloor ik in dit uur mijn eer voor mijn vaderland Gelre. Het is het waard. Vaarwel.’

Hij spoorde zijn paard aan. Het sprong vooruit. Mocatta hoorde de hoefslagen zich snel verwijderen. Hij wachtte tot het stil geworden was, steeg af en raapte zijn rapier van de grond.

En vervolgde zijn weg naar het westen. Met in zijn herinnering dat mollige vrouwelijke vrouwtje uit de herberg te Hasselt. Zijn ontrouw aan zijn herinnering, Gra-cia Nunez. Hij had dat vrouwtje genomen zoals men een frisse bloem plukt langs de weg. Haar dan wegwerpt en terugkeert tot het bloemloze Heden. En ook steeds kwam de martelvraag:

Waarom rijd ik alleen?

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.