Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



Het paard hinnikte en beefde, de bloedhonden hijgden onrustig rond zijn benen. Zij bleven in bedwang door de korte snauwbevelen van de mannen. Mocatta richtte zich op in het zadel. Keek langzaam en onderzoekend naar de ruiters voor en terzij. Zij zeiden niets. Eén wees naar Mocatta’s rapier.

‘Uw wapen, koopman.’

Mocatta ontgespte zijn rapier, reikte het over. Verzet was vruchteloos, dat beduidden hem de gezichten van de wapenknechten.

De aanval kwam van achteren. Een bekende stem. Opeens herinnerde hij zich die. De bode van Maastricht op Keulen.

‘Senhor Mocatta, ik dank u namens de armen van onze parochie voor het bodeloon dat u hun schonk als aalmoes.’

Josua Mocatta keerde zich niet om. Hij bleef star turen op het borstkuras van de man tegenover hem. Het vonkte wat in de meizon en hij zag het wapen van een baronnengeslacht uit Gelre.

‘Uw dank is aanvaard, bode. U hebt hem op zeer originele wijze betuigd. Wanneer u eens in Antwerpen komt, zal ik u op mijn manier eer bewijzen. Vaarwel, tot zo lang.’

Mocatta wilde zijn paard aansporen, maar de mannen rechts en links grepen zijn teugels. De honden blaften verwoed.

‘Mij behoeft u geen eer te bewijzen, senhor, óns moet u dat doen. Ons... dat is het verzet van Gelre,’ zei de bode.

‘Hoe?’ snauwde Mocatta.

‘Op uw manier, koopman,’ spotte de bode.

‘Hoeveel?’ snauwde Mocatta weer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.