Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



stond vóór hem, massief. Een te vol gezicht, rood van het buitenleven. De ogen lichtblauw, zonder schakering in de iris. Visse-ogen. De lippen dik, zinnelijk. De neus breed en kort. Het haar blond en glanzend. Een Vlaming.

‘Homan, ik verzoek u uw mannen streng in de hand te houden. Let op dat er niet gevochten wordt, dat zij zich niet vergrijpen aan vrouwen en meisjes. Ik heb geen lust om zware boeten te betalen voor hun wangedrag. U kent de keuren. Zij zijn hier streng.’

‘Zoals overal, senhor. In iedere stad moet u mij hetzelfde zeggen.’

‘Helaas, homan; en antwoord mij nu openhartig. Is dat overbodig gebleken?’

‘Neen, senhor. Wijn en vrouwen. De duivel heeft het gemakkelijk met ons soort mannen.’

‘De duivel is onschuldig, homan.’

‘U bedoelt, senhor?’

‘Dat God nooit iemand in Zijn Schepping zal laten rondstappen om Hem smerig te maken.’

‘Wat is het dan, senhor?’

‘Later, homan, later zal ik u dat eens verklaren. Ga nu.’

Het escorte en de commies gingen de stad in. Josua Mocatta bleef zitten in een hoek van de gelagkamer, dronk een fluitglas witte wijn, terwijl hij een brief met opdrachten schreef aan zijn nieuwe factoor in Keulen, Nehemia bar Simeon. Toen ging ook hij de stad in om een bode te vinden. Na enig vragen vond hij er een, die de volgende dag naar Keulen zou rijden. De man vroeg een hoge prijs, nadat hij de koopman opmerkzaam bekeken had.

Mocatta zei autoritair:

‘U vraagt een te hoog bodeloon. Ik geloof dat u gere-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.