de hemel, daarnaast een baardige man met een zenuwtic.
Manuel Belmonte glimlacht naar zijn zwager en maakt hem daarmee nerveus. En Abraham ziet de gecomprimeerde ellende, die anders stuksgewijze door zijn winkel trok, hij ziet het statisch blok van honger en zorg en armoe, bespeurt lichte waanzin in sommige ogen.
Weer overvalt hem de twijfel aan de bedoelingen van God, maar hij houdt zich goed omdat hij reeds gezegd heeft: Luister naar wat er geschreven staat. En spreekt:
„Deuteronomium zes, vers vier tot negen.
‘Hoor, Israël! de Heere onze God is een éénig Heere:
Zoo zult gij den Heere, uwen God, liefhebben met uw gansche hart en met uwe gansche ziel en met al uw vermogen.
En deze woorden, die Ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn.
En gij zult ze uwen kinderen inscherpen, en daarvan spreken als gij in uw huis zit en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.
Ook zult gij ze tot een teeken binden op uwe hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tusschen uwe oogen.
En gij zult ze op de posten uws huizes en aan uwe poorten schrijven.’
En Deuteronomium elf, vers veertien tot zeventien.
'Zoo zal Ik den regen uws lands geven te zijner tijd, vroegen regen en spaden regen; opdat gij uw koren en uw most en uwe olie inzamelt.
En Ik zal kruid geven op uw veld voor uwe beesten; en gij zult eten en verzadigd worden.
Wacht uzelve dat ulieder hart niet verleid worde, dat gij afwijkt en andere góden dient en u voor die buigt:
Dat de toorn des Heeren tegen ulieden ontsteke, en Hij den hemel toesluite dat er geen regen zij, en het aardrijk zijn
309