van het Opperwezen. Gij moet beseffen dat de Schepper een ontzagwekkend Wezen is, zo groot en groots... en onbegrijp-baar voor onze gedachtenwereld. Denk niet dat God wraakgierig op u loert, of gij al dan niet de sabbat houdt, of gij al dan met kosjer eet, of gij wellicht iets vergeet van zijn dienst.
Alles is gemaakt voor eeuwig behoud, zodanig is de Schepping dat zij zichzelf in evenwicht houdt, een onfeilbaar mechaniek dat iedere onregelmatigheid verbetert, zij het een teveel aan goed, zij het een teveel aan kwaad. Dit is de grondslag van Gods gedachten en daden en niet een kleine zonde van een mens, die zijn wraak zou hebben opgewekt.
Glimlach om deze gedachte... God, de Almachtige, die zou kibbelen met de mens, hem zou plagen of kastijden. De Here kan geen acht geven op het individu of het eenzame dier, noch op het gewas en het gesteente, zodra Hij moet ingrijpen ter-wille van het Geheel en het eeuwige evenwicht.
Hoe smartelijk wij ons voelen om het verlies van onze dierbaren, verliest uzélf niet in verdriet, want het is niet anders, nimmer zal het anders zijn, de weg is getekend voor miljoenen jaren. Ziet uzelf en de levenden om u als een kudde die ontkomen is uit het brandende bos en weer rustig graast op het veld, het vuur nog zichtbaar aan de horizon.
Neemt uw werk weer op, hebt zorg voor degenen die u zijn toevertrouwd. Leeft. Vergeet de correctie die de Schepper over deze stad en dit land liet gaan en hoopt dat Hij u sparen kan, verwacht het niet. Weeklaagt niet meer, mort niet, heft niet uw vuisten dreigend ten hemel. Het is niet anders... vergeet dit nimmer."
Hij gaat naar zijn bank. Het blijft stil in de kerk. Men durft zijn woorden niet te aanvaarden. Woorden die hen losmaken uit een eeuwenoude sfeer. Zij kunnen het niet begrijpen en zijn ontzet. Zijn woorden maken hen tot korreltjes zand, die kunnen worden verstoven door de wind, zomaar verstoven ergens heen, willekeurig in het niets.
295