Dan doet hij een paar vlugge passen naar de hoek waar de wapenverzameling is tentoongesteld. Met een snelle greep heeft hij een Spaanse dolk in de hand genomen en reikt hem aan Abraham Lezer.
„Oog om oog, tand om tand. Steek mij op dezelfde plaats als de heer Belmonte is overkomen. Misschien komt er dan rust voor mij.”
Abraham heeft de dolk gegrepen en ziet dat Benaja zijn rug naar hem keert om de stoot te ontvangen. Maar Abraham is opeens zo wild en driftig geworden, dat hij met een forse zwaai de dolk door de winkel slingert en Benaja een harde schop tegen zijn zitvlak geeft, zodat de dokter naar de deur tuimelt. Dodelijk geschrokken. Als hij de deur heeft opengedaan kan hij alleen nog half huilend naar binnen roepen: „Goddank... nu kan ik rustig in Rotterdam leven. Goddank ...!!”
Abraham heeft een aarden potje gegrepen en slingert het naar de deur; het valt tegen de deurpost in gruizels. Benaja Stibbe tracht waardig en beheerst door de Westewagenstraat te wandelen, al voelt hij zijn benen trillen en het zweet in zijn handen staan. In zijn winkel breekt Abraham de wandelstok van Benaja in stukken op zijn knieën, als kachelhout, en roept maar: „Die verschwarztcr nar, die ontsnapte gek ... daar heb ik jarenlang naar gezocht... dat heb ik jarenlang willen verscheuren ... en dat wil dokter zijn . . . hier in Rotterdam . . . God zal ons bewaren!!”
Jettie bracht hem limonade om te kalmeren en streek hem almaar zachtjes over het hoofd en de nek. Hij werd kalm, erg kalm. En keek haar verward aan. En zij glimlachte vreemd, heel vreemd.
Na de beurs liet Belmonte zich naar de winkel van zijn zwager rijden, maar hij was uitgegaan om zijn zenuwen te kalmeren door een forse wandeling naar Delfshaven. Jettie vertelde op haar manier wat er was gebeurd en Belmonte moest zo lachen dat zijn rolstoel ervan trilde. Toen liet hij zich
279