„Ideaal... vooral voor dat soort emancipatie hou ik mijn hart vast. En ik hou met van Duitsers. Ze schreeuwen me te hard als ze wat te vertellen hebben, vooral als echtgenoot.”
„Wie moet er nu trouwen. U of ik, oom Bram?”
„Wat een vraag. Maar na al het gesappel, dat we met je hebben gehad, zou ik je toch wel gelukkig willen zien. Zoek een Engelsman of een Fransman, die liggen mij beter.”
Tranen springen in Jetties ogen, zij slaat de handen voor het gezicht. „Na al het gesappel! Heb ik niet mijn best gedaan om terug te geven? Met zorgen en werken, meer dan zes jaar?”
„Stil nou maar ... ik zei toch dat ik je gelukkig wilde zien? En met lege handen zul je met trouwen. Dat heb ik mijn vrouw beloofd. Goed verzorgd, alsof je kind van dit huis bent, zo zul je hier weggaan.”
Zij droogt haar tranen, lacht weer, komt naar hem toe en zoent hem dankbaar op de baardige wangen. Zij verlaat de kamer, want zij wil koffie voor hem gaan zetten en zij zal hem een groot stuk van de appeltaart geven, die zojuist uit de oven is gekomen.
Dan valt de klopper op de buitendeur. Tweemaal, bedeesd.
Elet tweede meisje gaat de trap af om open te doen en Jettie wacht boven op het portaal, met een kaarsenluchter in de hand, om te zien wie hen zo laat komt bezoeken.
Langzaam komt de rijzige Mordechai Speyer naar boven. Langzaam, omdat hij verward en verlegen moet kijken naar Jetties gezichtje, dat boven aan de trap zo betoverend wordt verlicht door de kaarsen. Zij glimlacht en haar blanke tanden schemeren tussen de rode lippen. Het slaat als een vlam door Mordechai heen, dit intens verleidelijk vrouwelijke van Jettie van Bienen.
„Ai, Mordechai, zo laat nog? Kunnen jullie niet meer wijs worden uit de Thora? Moet oom Bram uitleg geven? Jammer dat Jonas van Gogh dood is,” spot zij.
Hij antwoordt niet voordat hij boven is. Hij voelt zich dan
263