Vorst van de ballingschap

Titel
Vorst van de ballingschap

Jaar
1955

Pagina's
324



dragen langs de wegen en door de velden, totdat uw tijd gekomen is’.”

Ontzet staart Abraham naar Jonas van Gogh, die hem bedreigt met zijn benige vinger. En opeens ziet Abraham de waanzin in de ogen van Jonas de bijbelventer. Ogen, waarvan de pupillen groot en donker zijn geworden, ogen die haten.

Abraham doet een stap naar hem, maar Jonas richt zich op uit zijn stoel en grijpt zijn stok, die hij dreigend heft.

„Ga terug, knecht van Achab. De Engel des Heren, ik ... de Engel des Heren, ik zal u verdelgen van deze aardbodem, met al uw gouden en zilveren vaten. Ik... omdat gij hebt overtreden het Gebod des Heren ... Gij zult niet...”

De stok valt uit zjjn handen, het lichaam zakt terug in de hoge kloosterstoel, de handen omklemmen als klauwen de engelenkopjes van de leuningen.

En de dode ogen staren in het niets.

„Jonas ... Jonas ...” schreeuwt Abraham Lezer.

Dan rent hij naar de deur en werpt haar open. Roept als een waanzinnige dat vreselijke in de straat, de dood van Jonas van Gogh, de legendarische bijbelventer.

De Buurt stroomt toe, en het Rode Zand en de Zandstraat, de dienders met mijnheer de commissaris. En de jonge dokter Waterman komt, omdat men hem geroepen heeft bij Brammie Koperentuit, die geheel overstuur is en jammert en jammert... dat een Engel des Heren in zijn huis is gekomen en dair gestorven.

254

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.