Vorst van de ballingschap

Titel
Vorst van de ballingschap

Jaar
1955

Pagina's
324



Jettie is heftig geworden, nu gloeien haar ogen, haar rechtervuist slaat in de palm van haar linkerhand. En zij stampvoet.

„Jettie, je praat als Rachel Houtkruier, die naar Parijs vertrok.”

„Die rijk leeft in Parijs, lééft, rijk, en verzorgd, en vrolijk. Die lééft!!” Jettie heeft het uitgegild, Josina is beheerst, tot het uiterste gespannen.

„Jettie, wat wacht je nu? Deze Michaël Gerstanowitz gebruikt je jeugd, je jonge, aantrekkelijke vlees. Maar steeds komen er nieuwe vrouwen met jonger vlees, met zachter huid, met beginnende hartstocht. Hij zal zich graag laten verleiden door die nieuwe, want zo is zijn aard, zo is de neiging van iedere man. Hij zal je overdoen aan een vriend, steeds zul je worden verhandeld als vee, steeds naar een mindere adonis, naar een armer man. Steeds en steeds. . . door al de jaren van je jeugd, dertig. . . veertig jaar. Tot in de góót. Als een oud, verlept, dierlijk wezen zul je in de kroegen bedelen om drank, bedelen om de gunst van een vieze, oude, zwetende kerel, die je wellicht nog zal wegtrappen, letterlijk wégtrappen. Ik wil je geen idylle schilderen van het huwelijk, want dat is het niet. Maar er is één geluk . . . samen oud worden met de man, die in de eerste nachten lieve toverwoorden in je oor heeft gefluisterd, samen zorgen, de kinderen zien worden tot mensen, samen . . . samen . . . totdat God een van beiden laat halen en de andere blijft met de herinnering ... de herinnering, die de kus op het leven is . . . zoals men een dode kust op het voorhoofd.”

Jettie heeft de handen voor de ogen geslagen en snikt nu heftig. Josina kijkt naar dit zoekende mensenkind en Jonas staat nog steeds onder de kaarsenkroon, met gesloten ogen, zijn trillende handen steunend op zijn stok. Dan zegt Jettie: „Dit was de weg naar wat vreugde, naar zachte prettige kleren, en ik zou wat van de wereld zien. Besef het toch, mevrouw, dit zonloze bestaan, dat nutteloos opteren in die Zandstraat van Rotterdam, sleur en heibel, narigheid en ziekte en armoe. God ■ . . o . . . God, is dat het leven?”

241

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.