kwaad; zij ziet de haat. Dan slaat zij de handen voor de ogen en stamelt: „Die overval toen .. . wist u daarvan?”
„Misschien. Maakt u zich geen illusies. Zelfs een wenk aan de politie zal het huwelijk van Belmonte verwoesten. En daarbij, wat zal dat opleveren? Slechts twijfel, die zal worden afgeschud als een horzel door de onfeilbare justitie. Benaja Stibbe, de dader, die domme Benaja boet ervoor met vele jaren gevangenis.”
Josina kan nog slechts staren naar deze duivelse mens Michaël Gerstanowitz. Dan keert zij zich om en rent langs gang en trap naar buiten. Zij vergeet mantel en hoed en mof, en de waterkoude sneeuwbui valt haar op het lichaam als een helle-beest. Door en door koud kwam zij bij haar broer Jochanan, in zijn kantoor op het Rokin. Eind december 1839.
En Jochanan van Cleeff, de vrolijke, jongste firmant van het huis Aaron van Cleeff en Zonen wordt een grimmige vechter. Zoals immer, als het gaat om de naam en de belangen van zijn huis. Direct na Josina’s verhaal heeft hij de dreiging gevoeld voor zijn zuster Mirjam. En reeds is hij op weg.
Na aankomst bij Michaël Gerstanowitz stuurde hij de huurkoetsier terug met de kleren van Josina en een klein briefje waarin hij neerkrabbelde, dat zij naar zijn woning moest gaan en niets mocht vertellen tegen Brammie en Roza.
Hij staat vlak voor Michaël Gerstanowitz, die niet durft glimlachen tegen deze verbeten Jochanan, deze stoere krachtige kerel, wiens korte snuivende ademhaling hij bespeurt. Dan pakt Jochanan hem aan en slaat hem waar hij hem kan raken, drijft hem door de kamer als een stuk vee en sleurt hem over de tafel, over de Perzische kleden. En beukt en beukt hem als een bezetene. Als hij dan hijgend zijn kleren wat in orde brengt, ziet hij hem zitten op de grond, versuft leunend tegen een stoel; trachtend het bloed te stelpen uit neus en mond.
„Dit is de taal, die jij verstaat, Gerstanowitz. Tussen ons zullen er geen academische debatten zijn met een duivelse in-houd. Ook geen politie. Zolang God mij Jochanan van Cleeff
236