heb je reeds kinderen, waarvan je zult houden en ... die je leven zijn.”
„Ik ben bang, tantetje.”
„Dat weet ik, mijn kind. Onze weg is een starre, reeds duizenden jaren. En duizenden jaren zal die weg nog dezelfde zijn, omdat God ons in Zijn harde greep houdt. Hij heeft ons nodig voor de eeuwige verschoning van Zijn schepping. Ik zal voor jou doen wat mogelijk is. Jij zult volgend jaar worden gevraagd door een van de rijkste vrouwen van Amsterdam om haar gezelschapsdame te zijn. En ik weet zeker dat er eens op een bal een voorname joodse man zal dingen naar je hand. Je zult geen geringe bruidsschat hebben en er zal overvloedige keus zijn uit grote huizen. Daarvoor zorgt èns huis, Aaron van Cleeff en Zonen. En dan, kinderen ... geen woord hierover met oom Bram, geen woord ... hij moet versteld staan.”
Zij steekt haar handen uit, grijpt die van de kinderen. Su-sanne staat op en kust haar zacht; Josina voelt haar natte wang. En Mordechai buigt zich voorover en kust haar hand.
Dan is er het licht van de bron-olielamp in het deurgat. Want de gastvrouw kwam hen roepen voor de avond-koffie.
Jettie van Bienen was een vlugge en intelligente leerlinge, zodat zij reeds na enige maanden een geroutineerde kamenier was geworden. Ook haar uiterlijk had zij leren verzorgen. En Mirjam had haar een flink aantal japonnen geschonken van haar uitbundige garderobe, omdat zij plezier had gekregen in het knappe gracieuze meisje.
Toen Jolanthe Belmonte haar had gezien wilde zij haar direct overnemen. Haar kamenier was getrouwd en zij wisselde de laatste tijd voortdurend omdat zij toch maar geen geschikte kon vinden. Bovendien vond zij twee kameniers voor haar schoondochter een overdreven luxe. Daarom zei ze tegen Ma-nuel: „Het grootste vermogen kan men opmaken.”
„Moeder, verdien ik vanuit mijn rolstoel met meer dan eruit
219