rabbijn worden. Er zijn zoveel geestelijken in de wereld, die zieleherder werden als beroep, zoals een advocaat of ingenieur. Daarom moet de man die uit roeping gaat worden gesteund. Ik weet niet of oom het goed zal vinden, soms is hij zo vreemd. Ik zal het hem daarom niet vragen, Mordechai. Na de vakantie ga je naar Amsterdam, omdat je onverwacht een uitnodiging zult ontvangen om te komen studeren op de rabbijnenschool. Een anomieme rijkaard zal je studie betalen. Zomaar.”
Tante, ik wil dat niet. U heeft al zoveel voor ons gedaan. Ik ben een doodarme jongen en ik zal de consequenties daarvan aanvaarden.”
„Mordechai, ik zal die beurs niet betalen, daarop kun je gerust zijn. Ik heb enige invloed op de man die de studie zal aanbieden. Wat zal oom Bram vereerd zijn, als zijn pupil Mordechai wordt uitverkoren. Ik weet zeker dat hij je van trots een ruime solide uitzet zal kopen.”
De kinderen horen haar onderdrukt lachen en kijken naar haar gezichtje, dat een vreemde kleur heeft door het maanlicht, en zwarte schaduwen in de oogholten.
„En jij, Susanne, ik weet dat ook jij graag had gestudeerd. Is het niet?”
Er komt geen antwoord. Susannes hoofdje is diep gebogen, haar handen hebben haar zakdoekje tot een bal gefrommeld. Josina vervolgt: „Mijn kind, al zou er voor jou ook een onbekende rijkaard komen om je studie te betalen, het zou niet mogelijk zijn. Een meisje op de universiteit, een joods meisje bovendien. Hoeveel jaren zullen er nog voorbijgaan. Misschien is dat eerst mogelijk als jij reeds grootmoeder bent.”
„Ik wil niet trouwen, tante.”
„Dat willen vele meisjes met op jouw leeftijd. Ik kan dat begrijpen, omdat het beeld van vele huwelijken niet zo verheffend is. Susanne lief, uiteindelijk is de natuur de baas. Op een dag komt de man en je bent alles vergeten, wat je hebt gezien. Je zult hem volgen en wanneer je tot bezinning komt,
218