V
DE STAMMOEDERHei was een grote teleurstelling voor Abraham Lezer, dat Be-naja Stibbe was gegrepen tijdens zijn reis naar Londen. Ma-nuel Belmonte had er veel plezier om en plaagde zijn zwager telkens, als hij hem zag. Zo erg, dat op een keer Abraham boos zijn huis uitliep en Mirjam daarom een van de zeldzame ruzies met haar man had. Een paar dagen later zond Manuel een uitnodiging aan zijn zwager om te willen komen, want de zending antiek, die zij in Londen hadden gekocht, was gearriveerd.
Abraham kwam niet, noch gaf hij enig bericht. Manuel wachtte een paar dagen, liet zich toen naar de Westewagen-straat rijden, want hij wilde beslist geen onenigheid met zijn zwager, die hij toch zo graag mocht.
En als Manuel Belmonte in zijn rolstoel, geduwd door een dienaar in livrei, in de Westewagenstraat verschijnt, staat het dagelijkse leven een moment stil. Men komt aan deuren en vensters, verbiedt de kinderen achter de rolstoel te gaan optochten. Dat doet men niet, zo’n schatrijke invalide bekijkt men met ontzag vanuit de verte en men is trots dat zijn Buurt connecties heeft met zo een macht, al zijn het dan 'mesjoggene Portegiezen’.
Abraham Lezer komt gewichtig naar buiten, doet alsof hij zijn zwager niet kent en begint plechtig: „Goedendag, mijnheer, wat kan ik voor uedele doen?”
Manuel is eventjes verbaasd, want hij heeft er geen vermoe-
198